In gesprek met adjunct-hoofdverpleegkundige Annick | Wit-Gele Kruis
Annick Dreesen

In gesprek met adjunct-hoofdverpleegkundige Annick

Gestart in Peer en na een halfjaar als vervangster in Maaseik aan de slag gegaan: dat is het parcours dat Annick Dreesen sinds 2009 bij het Wit-Gele Kruis heeft afgelegd. Sinds kort kwam er een nieuw hoofdstuk bij als adjuncthoofdverpleegkundige in afdeling Genk-Bokrijk.

In afdeling Maaseik heb je steeds als vervangster gewerkt. Verkoos je dit boven een vaste ronde?

Ik hield van de afwisseling en wilde niet vastroesten. Door die variatie leerde ik veel bij. Je komt dezelfde dingen tegen, maar de omstandigheden en het verloop zijn telkens anders. Je ervaart de aanpak van ervaren verpleegkundigen, net zo goed als deze van startende, jonge collega’s. Dat is vaak niet beter of slechter, maar wel anders. Ik stond er voor open om uit alle situaties bij te leren.

Was het een grote overgang van deze job naar je huidige functie als adjuncthoofdverpleegkundige?

Dat was een héél grote stap. Na een week dacht ik: “Dít ga ik niet kunnen!” Het begint te lukken nu. Ik leer elke dag nog heel veel bij! Als adjuncte is het de kunst om dingen door te geven. De eerste maanden was dat moeilijk omdat er zo veel op me afkwam. Zelfs de afdeling kende ik niet. Ik moest alle rondes meedoen om zicht te krijgen op de patiënten, de wijken, de verpleegkundigen, ... Er was geen tijd om met de zorg zelf bezig te zijn. Nu kan dat al meer, omdat de rest routine wordt.

Waar zit het grote verschil tussen werken als wijkverpleegkundige en de job van adjuncthoofdverpleegkundige?

Er komen veel administratieve taken op je af. Je moet de computerprogramma’s onder de knie krijgen, een werkplanning leren maken, alle verpleegkundigen en patiënten kennen, het werk regelen en rondes gelijk verdelen. Dat laatste lukte me in het begin niet. Ik heb veel fouten gemaakt!

Je moet leren hoe je kennis en beslissingen moet overbrengen naar je groep en hoe je je collega’s moet coachen. Je staat minder in de zorg, hoewel we het belangrijk vinden vaak mee op ronde te gaan. Zowel Rudi als ik proberen dat minstens drie keer per week te doen. Vroeger was ik één van de bende, nu heb ik een andere positie. Ik was soms te enthousiast, wou goed in de groep liggen. Ik heb geleerd meer afstand te nemen, maar toch bereikbaar te blijven voor iedereen. Dat proces zou moeilijker geweest zijn in mijn eigen afdeling (Maaseik). Anderzijds, hier in Genk-Bokrijk was niet alleen de jobinhoud nieuw, maar ook de afdeling zelf met haar patiënten, verpleegkundigen en regio’s.

Je hoofdverpleegkundige, Rudi, speelde een belangrijke rol in dat leerproces?

Absoluut. Ik krijg elke dag open en eerlijk feedback. Rudi blijft altijd rustig en heeft een engelengeduld. Ik ben erin gegooid tijdens de drukke vakantieperiode. De telefoons rinkelden soms langs alle kanten. Rudi nam even goed de tijd om mij alles uit te leggen. Hij geeft mij tijd en ruimte om te leren en fouten te maken. Sommige dagen dacht ik dat ik niks goed gedaan had, maar dat is natuurlijk niet zo (lacht). Andersom kan ik het ook tegen hem zeggen als ik iets anders zou aanpakken. Als Rudi er niet geweest was, had ik het misschien niet volgehouden. Dat is voor een heel groot stuk zijn verdienste.

Hoe zijn de taken tussen jou en je duo verdeeld?

Bij ons is er geen strakke opdeling. We briefen elkaar continu, want we moeten elkaar (kunnen) vervangen. Rudi maakt het werkblad, maar betrekt mij wel. Tijdens zijn verlof moet ik ook verschuivingen in het werkblad kunnen doen als er bijvoorbeeld afwezigen zijn. De functionerings- en evaluatiegesprekken neemt hij voor zijn rekening. 

Ook het TGZ (Team thuisgezondheidszorg waar we maandelijks de collega's van maatschappelijk werk en gezinszorg ontmoeten) volgt hij. Hij brengt mij steeds op de hoogte. Anderzijds begeleid ik de studenten en is alles met betrekking tot zorg mijn verantwoordelijkheid. Maar ook hier weer: ik bespreek alles met Rudi. We zijn twee tegenpolen die elkaar aanvullen: Rudi is de rust en ervaring en ik ben een enthousiast, springend konijn! (lacht) 

Annick Dreesen

Wat zijn je kwaliteiten en werkpunten als adjuncte?

Assertiviteit is absoluut een werkpunt. Enthousiast zijn mag, maar je moet ook je plaats kennen, rust uitstralen, leiding geven. Het team gunt me tijd en ruimte ook. Je moet er mee om kunnen dat er over je gesproken wordt of achter je rug gegrommeld wordt, bijvoorbeeld over hoe je hun ronde hebt ingepland. Dat hoort er nu eenmaal bij. Dat is wennen, maar ik heb een brede rug. Eigenlijk kan ik veel aan. De veelheid van dingen, druk, stress of iemand die kwaad wordt op mij, … Het slaat me niet snel uit mijn lood. Ik blijf rustig, kan hard werken en dingen plaatsen. En een uitdaging, daar hou ik wel van. De variatie trekt me juist aan. De eerste maanden had ik elke avond hoofdpijn en nam ik de stress mee naar huis. Nu kan ik ‘het stressgevoel’ achter mij laten. Ik rendeer al beter, maar toch nog maar op 60 à 70% van mijn kunnen.

Wat vind je moeilijk in je job?

We zijn er voor onze patiënten en patiëntgericht werken is het doel. Maar hoe ver ga je mee in vragen en behoeften van de patiënt als die niet haalbaar zijn of strijdig met het belang van je medewerkers? Denk bijvoorbeeld aan een zorgsituatie waar absoluut een tillift nodig is, maar de patiënt dit niet wil. Dat maakt het voor je verpleegkundigen onmogelijk om rugsparend te werken. Als leidinggevende kan je zo’n situatie depanneren. Vaak kent de verpleegkundige de patiënt en zijn mantelzorger(s) te goed om zo’n beslissing door te duwen. Voor een leidinggevende is het makkelijker om dit op een andere manier aan te brengen. Je moet er mee om kunnen dat je niet altijd ‘de goeie’ bent. Het is wel van belang dat de patiënt steeds centraal staat en dat er evenwicht is. Een patiënt zei me onlangs schertsend: “Jou zie ik niet graag komen!” Terwijl dat vroeger als verpleegkundige net andersom was.

Werd je in je carrièreswitch voldoende ondersteund door de organisatie?

Het traject oriëntatering op leiderschap - ik zat bij de eerste lichting - vond ik een positieve bijdrage. In het begin had ik een veel te simpel beeld over de job van leidinggevende. Ik heb er veel geleerd, onder andere wat de job dan wel inhield. Ik kwam er tot het inzicht dat het echt wel iets voor mij zou zijn. Je leert er veel over peoplemanagement. Beslissingen in team nemen bijvoorbeeld, verhoogt de gedragenheid. Ik doorliep verschillende Quinn-sessies en de workshop ‘(moeilijke) gesprekken voeren’. Ik heb een zorgdag gevolgd en mijn kennis over de RIZIV-reglementering bijgeschaafd. Maar ook de banaba-opleiding heeft me geholpen.

 

Adjunct-hoofdverpleegkundige Annick en hoofdverpleegkundige Rudi

 

Als leidinggevende vervul je een scharnierfunctie. Dat is niet altijd makkelijk?

Er worden ons soms dingen opgelegd, maar Rudi brengt dat goed over. Hij zegt nooit: “Dat moet van Genk”, maar staat erop de dingen op een positieve manier over te brengen. Bijvoorbeeld uit het verkort verpleegdossier zijn stukken gehaald die de verpleegkundigen missen. Als leidinggevende kan je uitleggen dat dit een testfase is en dat we mogen aangeven wat niet goed is. Je hebt als hoofd of adjunct een helikoptervisie nodig en die kan je niet altijd van je verpleegkundigen verwachten. We geven veel verantwoordelijkheid aan het team, bijvoorbeeld door aan de referentieverpleegkundige te vragen om de collega’s iets uit te leggen. Door te delegeren betrek je hen meer. De contacten met andere zorgverleners zijn belangrijk. Je moet goed weten wie wat doet. Hierin moet ik nog veel bijleren. We mogen niet op ons eiland blijven zitten!

Als je nu terugkijkt op deze job, heb je dan de juiste keuze gemaakt?

Ja, de variatie en de uitdaging zijn echt iets voor mij! Doe je het vanuit de verkeerde beweegredenen, dan houd je het geen half jaar vol. Als je deze job wil doen om geen avonden of weekends meer te moeten werken, ben je mis.

Hoe zou je je job omschrijven?

Zoals Alex Fransen (HRM) zegt: een boeiende, uitdagende shitjob! (lacht) De job is héél gevarieerd: je werkt administratief, moet plannen, coachen, opvolgen, bijsturen, met zorg bezig zijn, … Je moet alles weten van het Wit-Gele Kruis: welke diensten zijn er, wie doet wat, wie moet dat regelen, hoe moet je dat doen, wie is wie, enz.

Welke tips zou je meegeven aan aanstormend talent dat een job als adjunct overweegt?

Blijf rustig. Laat alles op je afkomen en panikeer niet. Vraag veel feedback van je duo. Open communicatie met je duo is belangrijk. Maar ook: stel je patiënt centraal en blijf mee op ronde gaan. Die ervaring blijft belangrijk: je kijkt anders naar de zorg en je leert je verpleegkundigen kennen! Een tip voor de collega-leidinggevende: je nieuwe collega moet tijd en ruimte krijgen van jou en van je team. Zorg voor een veilige omgeving waar eerlijke feedback mogelijk is. Het belang van je duo voor het welslagen in deze job is groot. Met Rudi heb ik veel geluk gehad!

© 2015 Wit-Gele Kruis