URL : https://www.witgelekruis.be/artikel/specialisatie-de-kijker-wondzorgreferenten

Specialisatie in de kijker: wondzorgreferenten

Laatste update op 02/06/2026
Oost-Vlaanderen

Moeilijk helende wonden blijven een uitdaging in de dagelijkse praktijk. Wanneer een wonde ongunstig evolueert, vraagt dit niet alleen een aangepaste behandeling, maar ook een goede afstemming tussen alle betrokken zorgverleners. In dat proces bieden onze wondzorgreferenten een duidelijke meerwaarde.

Onze wondzorgreferenten zijn thuisverpleegkundigen met specifieke expertise in wondzorg. Zij ondersteunen bij de evaluatie en opvolging van (complexe) wonden, denken actief mee na over de meest aangewezen aanpak en sturen het wondbeleid bij wanneer de wondheling stagneert. Zo kunnen huisartsen rekenen op gerichte ondersteuning bij patiënten met chronische, complexe of moeilijk inschatbare wonden.

Sinds de wijziging in de nomenclatuur wondzorg is elke gespecialiseerd verpleegkundige binnen Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen ook wondzorgreferent. Eén van onze wondzorgreferenten is Kathleen Dheer. Ze praat ons bij over de samenwerking en communicatie met huisartsen, en het belang van een lokaal aanspreekpunt.

Gestructureerde communicatie en transparante opvolging

Heldere en tijdige communicatie tussen thuisverpleging en huisarts is essentieel. Hoe zorg je als wondzorgreferent voor een gestructureerde en transparante aanpak van de wondzorgopvolging?

“Bij complexe wondzorg en acute problemen betrekken we de betrokken huisarts telefonisch of via Doctolib Connect. Daarnaast kan de huisarts de wondzorg ook opvolgen via mijnWGK. Tijdens de eerste verbandwissel nemen we een wondfoto en voegen die toe aan het elektronisch patiëntendossier. Ook de verdere opvolging verloopt systematisch: het wondzorgdossier wordt continu actueel gehouden en we evalueren de wonde om de 2 weken aan de hand van de pijnscore en het TIME-model. Dat vullen we elke keer aan met een recente wondfoto om de evolutie visueel te kunnen opvolgen.”

“Als huisarts kan je het wondzorgdossier rechtstreeks raadplegen via mijnWGK. Zo blijf je op elk moment op de hoogte van het wondverloop, de evaluaties en de genomen zorgbeslissingen. Wanneer zich acuut een probleem voordoet, bijvoorbeeld bij een vermoeden van infectie, neemt onze wondzorgreferent onmiddellijk telefonisch of via Doctolib Siilo contact op, zodat overleg snel en veilig kan plaatsvinden.”

Wat betekent deze samenwerking voor huisartsen?

“De samenwerking met onze wondzorgreferenten biedt huisartsen gespecialiseerde ondersteuning bij (complexe) wondzorg, gecombineerd met een systematische en visuele opvolging via het wondzorgdossier. De rechtstreekse toegang tot relevante informatie via mijnWGK is daarbij essentieel. Zo kunnen we stagnatie of verslechtering tijdig detecteren en het wondzorgbeleid correct afstemmen om de wondheling maximaal te bevorderen.”

“Zo blijf je als huisarts centraal betrokken in de zorg, met de ondersteuning van een gespecialiseerde wondzorgreferent waar nodig en in nauwe afstemming met de thuisverpleging.”

Bij de wijziging in de nomenclatuur voor wondzorg in 2022 kregen sommige huisartsen het gevoel dat hun rol minder belangrijk werd. Er was geen voorschrift meer nodig en de thuisverpleging nam de opvolging over. Maar niets is minder waar.

“Het klopt dat een klassiek medisch voorschrift niet meer vereist is voor wondzorg door een verpleegkundige. Enkel voor specifieke verpleegkundige handelingen blijft een voorschrift noodzakelijk, zoals voor het verwijderen van hechtingen, het opstarten van compressietherapie of het debrideren van decubitus. Ook voor verbandmateriaal is een voorschrift nodig.”

“Wanneer een wonde niet goed geneest, nemen we altijd contact op. Zo gaan we in overleg en vragen we of er een kweek moet worden genomen of antibiotica moet worden opgestart. Je kan de volledige wondzorg meevolgen via mijnWGK – dat kan zelfs rechtstreeks vanuit het patiëntendossier.”

Expertise in de praktijk

Wat vinden huisartsen – naast de praktische zorg – het belangrijkste aan de samenwerking met wondzorgreferenten?

“Huisartsen vinden het belangrijk om betrokken te zijn in de zorg van hun patiënten en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de wondzorg. We proberen hieraan tegemoet te komen, ook tijdens hun opleiding. Zo organiseren we infomiddagen voor artsen en is er de mogelijkheid tot stage met een wondzorgreferent.”

“Wondzorg is bovendien geen exacte wetenschap. We kijken niet alleen naar de wonde zelf maar ook naar de algemene toestand en de diagnose van de patiënt. Heeft de patiënt diabetes? Gaat het om een oncologische wonde? Ook leeftijd maakt een verschil bij wonden: bij oudere mensen met een slechte doorbloeding zal de wonde op een andere manier helen dan bij een jonger iemand die een goede doorbloeding heeft. Elke wonde moet in haar totaliteit bekeken worden. Je moet de patiënt gezien en gehoord hebben, de achtergrond kennen om eenzelfde wonde bij verschillende patiënten correct te kunnen behandelen. Is er een arterieel probleem of een veneus probleem? We winnen advies in bij de huisarts om zo eventueel een doppleronderzoek of een echo te laten gebeuren. Wij gaan nooit zomaar op eigen houtje met een behandeling beginnen experimenteren. Alleen door goed samen te werken kunnen we de beste zorg bieden.”

“Ook materiaalkennis is belangrijk. We kijken bij een opstart van zorg altijd naar de prijs-kwaliteitverhouding van het materiaal en adviseren daarin. Als referentieverpleegkundigen zijn wij vaak als eerste op de hoogte van nieuwe materialen van leveranciers. Zo kunnen we eerst uittesten welk verband het beste werkt voor de patiënt een volledige verpakking moet aankopen.”

Huisartsen en lokale verpleegkundigen contacteren ons voor advies over wondzorg. Vooral bij complexe wonden of nieuwe technieken overleggen ze het liefst met een wondzorgreferent.

Bij welk type wondzorg is de expertise van een referent onmisbaar?

“We zien dat skin tears, of huidinscheuringen, frequent voorkomen bij oudere en fragiele patiënten, vooral ter hoogte van de extremiteiten. Door de verminderde huidelasticiteit en kwetsbaarheid van de huid kunnen zelfs beperkte traumata leiden tot complexe wonden. Het correct inschatten van het type skin tear en het kiezen van het meest aangewezen verband kan in de praktijk echter uitdagend zijn.”

“Onze wondzorgreferenten ondersteunen hierbij door een correcte wondinschatting en classificatie, advies rond geschikt wondzorgbeleid en opvolging van de wondheling en tijdige bijsturing van het beleid. Een snelle en adequate aanpak draagt bij tot een vlotter herstel en minder complicaties.”

Ook intern zijn jullie het eerste aanspreekpunt voor lokale thuisverpleegkundigen wanneer het over wondzorg gaat?

“Zeker. De lokale verpleegkundige doet de opstart. Wanneer zij zien dat de wonde niet goed heelt, contacteren ze een wondzorgreferent. Ook huisartsen contacteren ons zelf, bijvoorbeeld wanneer er in een woonzorgcentrum geen wondzorgreferent aanwezig is. Dan worden wij soms gevraagd om consult te doen. Zelfs waar andere thuisverpleging komt, vragen ze soms om een wondzorgbezoek in te plannen – dat is dan natuurlijk wel tegen betaling.”

“Huisartsen kunnen ook vragen om samen naar een patiënt te gaan om de wondzorg te bekijken. Bijvoorbeeld als er nood is aan wat meer context dan enkel op de foto en in het verslag te zien is. Zeker bij compressietherapie is het niet evident voor een huisarts om het verband te openen en te kijken hoe de wonde evolueert. Dan is het gemakkelijker om in overleg met een wondzorgreferent te gaan. Zo kunnen we samen kijken wat de beste verdere behandeling is, debrideren of curetteren. Dat zijn zaken waar je wel veel verkeerd mee kan doen, daar moet je echt wel kennis van zaken voor hebben.”

Soms is geduld het beste middel.

Worden jullie ook los van die referentiebezoeken vaak geconsulteerd door de lokale verpleegkundigen?

“Ja, toch wel, dat zijn onze advies- of referentiebezoeken. Die zijn een meerwaarde voor onze collega’s in de lokale teams. Zo kunnen zij belangrijke info met ons delen over bijvoorbeeld de voeding van de patiënt. Wij nemen dan het verdere behandelplan en de opvolging met hen door. Dat is een geruststelling voor de huisarts, er is altijd een tweede paar ogen dat de wonde mee opvolgt.”

“Wanneer de wonde achteruitgaat of vergroot, er meer vocht is, de lokale verpleegkundige al verschillende zaken geprobeerd heeft en niets helpt, dan nemen de lokale verpleegkundigen natuurlijk wel tussentijds contact op om eens langs te komen. Dan gaan we langs, geven deskundig advies en nemen indien nodig contact op met de arts om feedback en advies te geven. Wanneer je vanuit verschillende perspectieven naar een wonde kijkt – lokale verpleegkundige met dagelijkse opvolging, wondzorgreferent met extra expertise en de huisarts – dan zie je altijd meer.”

“Soms lijkt het alsof een wonde stagneert, maar wanneer we dan naar eerdere foto’s kijken, zien we wel een evolutie en hoeven we de wondzorg niet aan te passen. Zolang er evolutie is, hoe traag ook, hoef je het wondzorgbeleid niet aan te passen. We moeten de mensen ook niet op kosten jagen door verschillende therapieën uit te proberen. Soms is geduld het beste middel. Een wonde moet altijd de nodige tijd krijgen om te genezen.”

Wat is het mooiste van je job als wondzorgreferent?

“Wanneer je een wonde ziet genezen en mensen tevreden zijn dat je bent langs geweest. Een wonde die niet geneest is op vele vlakken zwaar voor een patiënt. Mentaal, maar ook financieel. Soms zien wij wel een grote evolutie maar voelt dat voor de patiënt niet zo aan, zeker als er 14 dagen tussen onze bezoeken zit.”

Heb je vragen of wens je overleg rond wondzorg?

Aarzel dan niet om jouw regio GT rechtstreeks te contacteren:

  • Gespecialiseerd team Noord (ELZ Gent – Meetjesland): 09/265 68 69
  • Gespecialiseerd team Oost (ELZ Waasland – Dender – Scheldekracht): 09/ 265 68 60
  • Gespecialiseerd team Zuid-West (ELZ Vlaamse Ardennen – Panacea – Aalst – Dender Zuid – Schelde-Leie): 09/265 68 73

Benieuwd naar de vernieuwde versie van het Handboek Wondzorg? Dit wordt in primeur voorgesteld op 5 juni 2026. Inschrijven kan tot en met 22 mei 2026. De accreditatie voor dit symposium is aangevraagd. 

Gepubliceerd op 27/04/2026. Laatste update op 02/06/2026.