Zorgen voor iemand met dementie Zorgen voor iemand met dementie

Zorgen voor iemand met dementie

3 juni 2016
6 december 2023

Als partner, familielid, kennis, vriend … is het omgaan met een persoon met dementie niet altijd evident. Louis zorgt voor zijn moeder Julia die aan dementie lijdt. Hij getuigt over zijn beslissing om zijn moeder thuis te verzorgen.

“Mijn moeder is 94 jaar en ze is onder andere door haar dementie zwaar hulpbehoevend”, steekt Louis van wal. Julia verbleef anderhalf jaar in een rusthuis. “Maar ik voelde dat het voor haar geen goede oplossing was. Bij mensen met dementie is het belangrijk om hun ritme aan te voelen en daarmee rekening te houden. Ik merkte dat ze het tempo van het rusthuis niet aankon.”

Vandaar ging Louis op zoek naar een alternatief en zo kwam hij tot de beslissing om samen met het Wit-Gele Kruis, Familiezorg en nog andere diensten zijn moeder thuis te verzorgen. “Ik wil het in ieder geval proberen”, meent Louis. “We hebben uiteraard alle praktische zaken van de zorg afgestemd: het gebruik van een tillift, een glijzeil, een ziekenhuisbed, hulpmiddelen om doorligwonden te voorkomen …. De verpleegkundige van het Wit-Gele Kruis heeft me hierin heel goed ondersteund.”

Dankbaar
“Ik vind persoonlijk dat meer mensen de zorg voor hun ouders zouden moeten opnemen, of het toch op zijn minste proberen. Ik ben zo dankbaar voor wat mijn moeder altijd voor ons heeft gedaan. En ik wil dat voor haar terug doen”, gaat Louis verder. “Maar ik voel dat ik nood heb om één of twee dagen per week volledig voor mezelf te houden. Daarom ben ik nog op zoek naar bijkomende hulp zoals een oppas ’s nachts.”

Patiënten lezen
“Omgaan met dementie is niet eenvoudig. Julia heeft heldere momenten, maar soms reageert ze op niets”, geeft verpleegkundige Conny aan. “Voor Louis is dat niet altijd gemakkelijk. We proberen hem zo veel mogelijk tips te geven. Morele steun en aanmoediging zijn essentieel om het te kunnen volhouden.”

Ik merk aan kleine dingen dat ze ervan geniet om in haar vertrouwde omgeving te zijn.

“De patiënt volgen, goed observeren en vooral niets forceren zijn de gouden regels. Een patiënt die niets zegt, moet je ‘lezen’. Zo merkten we aan Julia’s gelaatsuitdrukking dat ze bij de ochtendverzorging pijn had. Die ‘startpijn’ heeft met artrose te maken. We raadden Louis aan om een half uur voor de verzorging een pijnstiller te geven.”

“Sindsdien gaat het een stuk beter. Haar ogen spreken opnieuw, ze reageert meer…”, vult Louis aan. “Tijdens de verzorging merk je zelfs dat ze wil meewerken: ze steunt en helpt mee. En ik merk aan kleine dingen dat ze ervan geniet om in haar vertrouwde omgeving te zijn. En dat doet me als zoon heel veel deugd”, besluit Louis.