Academische zitting 2026: De toekomst van zorg begint thuis
Vooraf:
- Patrick Van der Straten – voorzitter Wit-Gele Kruis Antwerpen – Welkom en inleidende woorden.
- Prof. Dr. Erik Franck – Associate professor Leiderschap in Gezondheid en Zorg Universiteit Antwerpen – “Zij zijn groot en ik is klein” – nurse empowerment als uitweg uit het klein-denken.”
- Prof. Dr. Eva Goossens – Hoofddocent Verpleeg- en Vroedkunde, Universiteit Antwerpen & wetenschappelijk beleidsmedewerker UZA - “De essentie van Verpleegkunde volgens de hervorming van het verpleegkundig beroep.”

Goedenavond allemaal …
Ook van onze zijde dank om zo talrijk op een donderdagavond tot in Herentals te komen.
Een vreemdsoortig toeval is zowel Dirk Broos als ons overkomen. Net zoals 5 jaar geleden toen de Academische zitting hier in Herentals was, is Dirk ‘teruggeroepen’ door medische issues. Anders dan aangekondigd sta ik hier als Algemeen Coördinator van Wit-Gele Kruis Vlaanderen om het woord te nemen namens onze voorzitter.
Dank aan de vorige sprekers voor hun inspirerende bijdragen die verwijzen naar de kern van het (thuis)verpleegkundige werk – iedere dag opnieuw de best mogelijke zorgen bieden nabij aan onze vele patiënten en hun directe omgeving, met de nobele doelstelling er te zijn voor de mensen met zorgnoden, zeker ook de meest kwetsbaren …
Dank aan Patrick Van der Straten - als geëngageerde voorzitter van Wit-Gele Kruis Antwerpen - voor de manier waarop hij van bij ’t begin van de avond meteen de toon heeft gezet.
De essentie van thuisverpleegkunde
Onze thuisverpleegkundigen werken dicht bij de patiënt. Zij lezen, zij voelen de toestand aan, nemen zelfstandig klinische beslissingen in situaties die vaak herkenbaar zijn, maar ook situaties die soms complex en onvoorspelbaar zijn. Als thuisverpleegkundigen hebben wij een unieke maatschappelijke rol omdat wij bij mensen thuis komen en hun volledige leefwereld zien en ervaren. Hun bijdrage gaat verder dan louter medische of technische zorg: wij merken ook de eenzaamheid, psychosociale noden en veranderingen in de thuissituatie op. In die zin is de signaalfunctie (zeker ook naar andere zorgverstrekkers) van onze thuisverpleegkundigen essentieel. De thuisverpleegkundige moet dit kunnen doen met passie en voldoende aandacht voor de warme zorgrelatie. Dit vraagt altijd weer tijd en ruimte. Een te éénzijdige focus op kosten en efficiëntie mag de ruimte voor echte zorg niet verdringen.
Daarom zijn we zo blij met de bijdrages van Prof. Dr. E. Franck en Prof. Dr. E. Goossens die ons nadrukkelijk nog even laten stilstaan bij enkele essentiële aspecten van en recente evoluties in de wetgeving en de organisatie van ons beroep.Prof .Dr. E. Franck nam ons mee in de aandacht voor ‘nurse empowerment’. Verpleegkundigen nemen dagelijks een grote verantwoordelijkheid op. Ze maken voortdurend professionele afwegingen, ook in complexe en onvoorspelbare situaties. Ze observeren, analyseren, beslissen, handelen en sturen bij. En ze durven hun eigen bijdrage soms nog klein te maken. Verpleegkundigen moeten dan ook zelfbewust in hun eigen beroepsuitoefening staan.
Empowerment vraagt vertrouwen
Deze empowerment vraagt ook iets van organisaties en teams, leidinggevenden, beleid en andere zorgprofessionals of hulpverleners. Het vraagt dat we verpleegkundigen vertrouwen geven. Dat we hun deskundigheid erkennen. Dat we hen betrekken bij beslissingen over zorg en zorgorganisatie. En dat we een veilige omgeving creëren waarin vragen, twijfels en verschillende inzichten uitgesproken worden. Professionele autonomie betekent daarbij niet dat iemand alles alleen moet kunnen of beslissen. Autonomie betekent dat een verpleegkundige binnen zijn of haar bevoegdheden en competenties zelfstandig kan handelen, verantwoordelijkheid kan opnemen en tegelijk weet wanneer overleg, ondersteuning of andere expertise nodig is. Dat veronderstelt sterke professionals en sterke zorgteams.
Het is paradoxaal dat we hier pleiten voor die ‘nurse empowerment’, dat we die in de verf zetten, terwijl net die verpleegkundige deskundigheid schijnbaar meer dan ooit in vraag wordt gesteld. Het gratuite over één kam scheren van alle thuisverpleegkundigen n.a.v. schandelijke feiten van een puur op winst uit zijnde thuisverpleegkundige was hiervan een triest hoogtepunt. Vandaar ook onze scherpe reactie eind vorig jaar waarbij we opriepen om inderdaad dat soort fraude met alle middelen te bestrijden maar tegelijk het flagrante wantrouwen te stoppen. Een oproep om respect te hebben voor de thuisverpleegkundigen. Een oproep die veel bijval mocht kennen.
Professionele autonomie vraagt een aangepast kader
In de nasleep van deze zaak werden acties opgezet om fraude, ook binnen de thuisverpleging, beter te gaan bestrijden. En net daarin zien we ook weer een bedreiging van de autonomie, de professionaliteit van de thuisverpleging. De situatie op het terrein van de inschalingen door de thuisverpleging versus de controle door de mutualiteiten en/of DGEC vraagt om een grondige update. Als we hier pleiten voor die ‘nurse empowerment’, schetsen hoe de thuisverpleging in de alledaagse, maar soms complexe (thuis)situatie werkt, vele zintuigen nodig heeft om een kwalitatieve inschatting te maken van de benodigde zorg – dan is het wraakroepend dat de controle bestaat uit occasionele vaststellingen enkel op het moment van het controlebezoek. Wij zijn (samen met de sector) zeer sterk vragende partij om hier naar een vernieuwd kader te gaan. Wij hebben net de concrete uitnodiging voor een open gesprek daarover bezorgd aan het Nationaal College van Adviserend Artsen, DGEC en de RIZIV-administratie vanuit eerste besprekingen in de overeenkomstencommissie verpleegkundigen/verzekeringsinstellingen. We bieden ons aan als een betrokken gesprekspartner.
Daarnaast ondersteunen we tal van werven binnen de handhaving en fraudebestrijding in de thuisverpleging – gewis in hun doelstelling en methode, maar willen we daar op een proactieve manier in betrokken zijn vanuit onze kennis van de reële praktijk en het tegelijk billijk en administratief lean houden van begeleidende procedures en gevolgen. Wij willen samen met de collega’s van de sector het stoppen of vroegtijdig afremmen van flagrant misbruik van onze nomenclatuur en financiering mee mogelijk maken en doen lukken.
Prof. Dr. E. Goossens nam ons mee in de recente hervormingen in de verpleegkundige beroepsuitoefening en hoe ook daarin de essentie van de verpleegkunde sterk verweven zit.
Een toekomstgericht kader voor de thuisverpleegkunde
De hervorming van de verpleegkundige functieladder stelt onze sector voor een bijzondere uitdaging. Als Wit-Gele Kruis hebben we ons hier grondig op voorbereid. We geloven in deze hervorming en in de kansen die ze biedt om verpleegkundige expertise beter in te zetten en onze zorg toekomstgericht te organiseren.
Maar vandaag botsen we op een fundamenteel probleem: de regelgeving evolueert, maar het financieringssysteem van de thuisverpleging evolueert niet aan hetzelfde tempo mee.
Onze financiering is sterk verweven met de logica van controle en handhaving o.b.v. de RIZIV-regelgeving en de voorwaarden vervat in de nomenclatuur. Wanneer functies, bevoegdheden en taakverdelingen veranderen, moeten ook die regels worden aangepast. Zolang dat niet gebeurt, kunnen we de mogelijkheden die de nieuwe functieladder creëert niet ten volle benutten. Dat merken we vandaag heel concreet bij de inzet van de nieuwe basisverpleegkundigen.
De functieladder als hefboom voor de toekomst
Voor de thuisverpleging is dat geen detail. Het zet onze sector op achterstand. Terwijl andere zorgsectoren nieuwe functies sneller in hun werking kunnen integreren, moeten wij wachten tot ook het federale financieringskader is aangepast. Dat weegt op onze flexibiliteit, op onze organisatie én op onze aantrekkelijkheid als werkgever.
Met de komst van het gestructureerd zorgteam dreigt die uitdaging nog groter te worden. De mogelijkheid om verpleegkundige handelingen te delegeren aan andere gezondheidszorgbeoefenaars en aan basisverpleegkundigen biedt kansen. Maar ook hier geldt: een wettelijk kader alleen volstaat niet. Als de financiering en de RIZIV-regelgeving niet gelijktijdig volgen, ontstaat een complex kluwen en blijven mogelijkheden die op papier bestaan in de praktijk moeilijk toepasbaar.
Dat is een situatie die we niet mogen laten aanmodderen en in zekere zin laten normaliseren. Wat de wetgever mogelijk maakt, moet ook voor de thuisverpleegkunde daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. Niet jaren later, niet via telkens nieuwe overgangsoplossingen, maar op hetzelfde moment en met dezelfde kansen als in andere zorgsectoren.
Hervormen is ook mogelijk maken
Daarom vragen wij dat bij toekomstige hervormingen van zorgberoepen niet alleen wordt gekeken naar bevoegdheden en regelgeving, maar van bij de start ook naar de vertaling naar de financiering en regelgeving specifiek voor de thuisverpleegkunde.
Geef onze sector de instrumenten om uit te voeren wat de wetgever van ons verwacht of voor de (thuis)verpleegkundigen op het terrein en in de dagelijkse realiteit van hun beroepsuitoefening moeten kunnen doen.
Want thuisverpleegkunde mag niet telkens achter de feiten moeten aanlopen. We willen vooruit. We zijn er klaar voor. Maar dan moet ook het systeem ons toelaten om vooruit te gaan.
De kwaliteit van verpleegkundige zorg zit net in het samenbrengen en interpreteren van de vele signalen die we in de concrete realisatie van de zorgrelatie en concrete zorgcontacten capteren. Daarom mogen we de essentie van verpleegkunde niet herleiden tot lijsten van handelingen die iemand wel of niet mag uitvoeren. Handelingen en bevoegdheden zijn belangrijk. Ze bieden duidelijkheid en beschermen de patiënt en de zorgverlener. Maar verpleegkunde gaat ook over klinisch redeneren, coördineren, opvolgen, communiceren en verantwoordelijkheid opnemen. Het gaat over het vermogen om te zien wat er nodig is en daar op een deskundige manier naar te handelen.
Mensen leven langer en vaker met meerdere chronische aandoeningen. Ziekenhuisopnames worden korter en steeds meer complexe zorg verschuift naar de thuisomgeving. De toekomst van de zorg zal zich daarom in belangrijke mate thuis afspelen.
Als zorg naar huis verhuist
En als de zorg meer naar huis verschuift, moeten ook de deskundigheid, ondersteuning, samenwerking en financiering mee naar huis verschuiven. In die zin zijn we bijzonder blij dat momenteel een erg belangrijk Pilootproject art 56 ‘Op zoek naar een nieuwe financiering voor de thuisverpleegkunde’ bij meer dan 1000 thuisverpleegkundigen goed is opgestart. Daarbij willen we vanuit die autonome professionele keuzes van de betrokken thuisverpleegkundige vorm geven aan hoe de toekomstgerichte zorg in de thuisverpleging er moet uitzien. In een co-creatie met vele stakeholders proberen we die betere toekomstgerichte zorg én zorgorganisatie nauwgezet in kaart te brengen en grondig te evalueren mee onder leiding van het kenniscentrum KCE. We hopen tijdig medio 2028 tot de betere keuzes en beslissingen te komen om nog onder leiding van de huidige minister F. Vandenbroucke het concept en de eerste concrete beslissingen voor een correcte duurzame en toekomstbestendige financiering voor de thuisverpleegkunde in België definitief te laten starten.
Tijdens recente veldbezoeken bij de pilootprojecten hebben we kunnen ervaren hoe inmiddels de betrokken thuisverpleegkundigen daar met toewijding en enthousiasme hun bijdrage in willen leveren. Ze voelen zich sterk aangesproken te zijn in hun verantwoordelijkheid, professionaliteit en brede competenties en ervaren een grote tevredenheid om meer te betekenen voor hun patiënten, zij het op een andere manier.
De leer- en zorgladder biedt juist kansen. Kansen om competenties beter zichtbaar te maken. Om rollen te verduidelijken. Om verpleegkundige expertise gerichter in te zetten. Om samenwerking te versterken. En om leer- en doorgroeimogelijkheden duidelijker te maken. Maar dat kan alleen als we medewerkers goed informeren en betrekken.
De praktijk als kompas
Ook binnen Wit-Gele Kruis is dat een bijzondere oefening. Onze vijf provinciale organisaties zijn autonoom. Hun werking, functies en uitgangssituaties zijn niet overal identiek. Ook het tempo van de implementatie kan verschillen. Dat vraagt afstemming en consistente communicatie, maar ook voldoende ruimte om de vertaalslag op een werkbare manier te maken.
De eerste stappen zijn gezet. Maar de dagelijkse praktijk zal moeten uitwijzen waar nog verdere verduidelijking, ondersteuning of bijsturing nodig is. Daarom is het zo belangrijk dat de ervaringen van verpleegkundigen en thuiszorgorganisaties op het terrein mee richting geven aan het beleid.
Niet omdat we verandering willen afremmen. Wel omdat we willen dat verandering werkt. Voor de verpleegkundige en voor de organisatie en in de eerste plaats voor de patiënt.
En toch even naar de actuele context …
Als we uitzoomen weten we natuurlijk dat we onze thuisverpleging dagelijks verlenen binnen onze maatschappelijke realiteit: de combinatie van druk op het beschikbare budget, een sterk regulerende overheid, de impact op onze bedrijfsvoering en een wereld in chaos.
Met deze onzekerheid is het moeilijk om de juiste keuzes met voldoende brede toekomstvisie te maken. Het is als sector kiezen voor een meer ingrijpende aanpak die uitgaat van wat onze dienstverlening vandaag eigenlijk kost t.o.v. hoe willen we dat onze thuisverpleegkunde er toekomstgericht moet gaan uitzien. Gewis moet in de eerste plaats verder werk gemaakt worden ook in onze sector om zo doelmatig mogelijk onze middelen te gebruiken en dat steeds meer in samenwerking en passende subsidiariteit die begint van bij de patiënten zelf naar meer gerichte ondersteunende hulp voor de artsen.
We zitten constructief mee aan tafel als het over budget en de krimp ervan gaat. Wij hebben hierbij vanuit een unanieme consensus met de representatieve vertegenwoordigers van de thuisverpleegkunde concrete voorstellen gedaan startende van een ruime compenserende besparing en enkele maatregelen in kader van doelmatigheid om diverse nieuwe en noodzakelijk zaken te kunnen aanpassen of nieuw te creëren. Deze gesprekken zijn volop lopende.
Wij vragen de beleidsverantwoordelijken om aan de bron voldoende genuanceerd keuzes te maken – niet enkel met de ruwe en hardsnijdende kaasschaaf maar weloverwogen selectief daar waar dat maatschappelijk en o.b.v. doelmatigheidsprincipes het meest of het eerst nodig is. ‘To be continued…’.
We moeten ook bewaken dat we onze nomenclatuur niet dermate verschralen en uithollen dat we eigenlijk niet meer de goede dingen kunnen doen voor onze mensen en onze patiënten!
Het is meer dan noodzakelijk dat we de mogelijkheden in het art 56 Pilootproject positief benutten om tot de betere en duurzame keuze voor de toekomstige thuisverpleegkunde te komen.
Vier lessen voor de toekomst
Maar genoeg over geld of budget … Wat nemen we dan mee uit deze avond?
- Ten eerste dat we groot mogen denken over verpleegkunde. Verpleegkundigen beschikken over specifieke kennis en expertise. Ze moeten voldoende professionele ruimte krijgen om die expertise in te zetten en verder te ontwikkelen.
- Ten tweede dat professionele autonomie en samenwerking geen tegenpolen zijn. Sterke verpleegkundigen werken niet geïsoleerd. Ze maken deel uit van sterke teams waarin mensen elkaars competenties kennen, respecteren en aanvullen.
- Ten derde dat de hervorming van het verpleegkundig beroep kansen biedt. Kansen om rollen te verduidelijken, competenties beter te benutten en nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te creëren. Maar alleen als we de vertaalslag maken vanuit de echte zorgpraktijk.
- En ten vierde dat warme zorg en professionele zorg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De patiënt heeft recht op deskundige, veilige en goed georganiseerde zorg. Maar ook op zorg die vertrekt vanuit zijn of haar leven, mogelijkheden, verwachtingen en keuzes.
De thuisverpleegkundige brengt die verschillende dimensies elke dag samen. De essentie van verpleegkunde laat zich misschien niet in één functietitel, één competentielijst of één wettelijke bepaling vatten. Ze wordt zichtbaar in wat verpleegkundigen elke dag doen. In hun klinische blik. In de verantwoordelijkheid die ze opnemen. In hun bereidheid om samen te werken. In hun aandacht voor signalen die anderen niet altijd zien. En in de manier waarop ze aanwezig zijn bij mensen op kwetsbare momenten.
Onze verantwoordelijkheid als Wit-Gele Kruis
Onze opdracht als Wit-Gele Kruis is om ervoor te zorgen dat verpleegkundigen die rol ten volle kunnen opnemen. Dat betekent dat we investeren in kennis en ontwikkeling. Dat we duidelijke afspraken maken. Dat we goede samenwerking organiseren. Dat we luisteren naar vragen uit de praktijk. Dat we verpleegkundige expertise betrekken bij beslissingen. En dat we bij het beleid blijven pleiten voor een organisatorisch en financieel kader dat de realiteit van de thuisverpleging ondersteunt. We hebben de hervorming daarom niet benaderd als een lijst van wat iemand voortaan wel of niet mag doen.
We vertrekken van de zorg die een patiënt nodig heeft. Van de competenties die daarvoor vereist zijn. En van de vraag hoe verschillende profielen die zorg samen veilig, kwaliteitsvol en mensgericht kunnen opnemen.
Dat is voor ons de essentie van een werkbare leer- en zorgladder. Laten we dus groot denken over verpleegkunde. Laten we helder zijn over ieders rol. Laten we investeren in sterke professionals en sterke teams. En laten we vooral dichtbij blijven bij de mensen voor wie we het doen.
Ik wil onze sprekers nogmaals van harte bedanken voor de inzichten en inspiratie die zij ons vanavond hebben gegeven.
Dank ook aan alle medewerkers van Wit-Gele Kruis die elke dag opnieuw kwaliteitsvolle en warme zorg mogelijk maken, bij patiënten thuis.
En dank aan jullie allemaal voor jullie aanwezigheid en betrokkenheid.
Ik nodig jullie graag uit om tijdens de netwerkreceptie verder met elkaar in gesprek te gaan.
Dank u wel.
Hendrik Van Gansbeke
Algemeen Coördinator