URL : https://www.witgelekruis.be/nieuws/kennisdeling-management-nevenwerkingen-antitumorale-behandeling

Kennisdeling: management nevenwerkingen antitumorale behandeling

Leestijd (in minuten)
8 minuten
Limburg

Wat kan je doen aan de nevenwerkingen van een antitumorale behandeling? En hoe kunnen de huisarts, oncoloog en thuisverpleegkundige samenwerken voor een optimale aanpak?

Steeds meer oncologische patiënten verblijven thuis tijdens hun behandeling. Nevenwerkingen zoals misselijkheid, diarree, mucositis, vermoeidheid of polyneuropathie worden vaak eerst opgemerkt in de eerste lijn. Als huisarts kan je een sleutelrol spelen in het vroegtijdig opsporen van ernstige toxiciteiten, het voorkomen van opname in het ziekenhuis en het optimaliseren van therapietrouw. 

Misselijkheid en braken

Misselijkheid en braken komen frequent voor tijdens chemotherapie. Vaak blijkt dat patiënten niet weten hoe ze anti‑emetica correct moeten innemen of dat ze te laat starten met deze medicatie. Wanneer braken langer dan 24 uur aanhoudt of wanneer er tekenen van uitdroging ontstaan, is snelle evaluatie door de huisarts aangewezen.. Als huisarts kan je nagaan of de medicatie correct wordt ingenomen, beoordelen of intramusculaire anti‑emetica opgestart moet worden. 

Indien het braken gepaard gaat met koorts vereist dit onmiddellijke aandacht. Je kan best overleg plegen met de oncoloog wanneer de klachten niet onder controle geraken.

Diarree

Diarree kan snel leiden tot dehydratie en elektrolytstoornissen. Het is noodzakelijk dat de patiënt een vochtinname van minstens 1,5 tot 2 liter per dag bereikt, maar voor veel patiënten is dit niet haalbaar. Verdere opvolging is nodig wanneer diarree langer dan 48 uur aanhoudt ondanks correcte loperamide‑inname en wanneer er koorts boven 38°C; of bloed in de stoelgang optreedt. Een ernstige nevenwerking die belangrijk is om te herkennen is de immuuntherapie‑gerelateerde colitis: deze presenteert zich vaak met hevige, waterige diarree en vraagt om een snelle interventie.

Obstipatie

Obstipatie tijdens een oncologisch traject ontstaat vaak door de inname van opioïden, anti‑emetica of verminderde mobiliteit. Patiënten wachten soms te lang om dit te melden. Preventie bestaat uit een vezelrijk eetpatroon, voldoende vocht en beweging en tijdig opstarten van laxativa: dat kan met de osmotische laxativa maar denk ook aan Rizmoïc (naldemedine) wat zich richt op opioïd geïnduceerde obstipatie.

Wanneer er vermoeden is van fecalomen of ileus, is een snelle beoordeling als huisarts noodzakelijk. Een abdominale RX kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Mucositis

Mucositis heeft een grote impact op eten, drinken en medicatie‑inname. Indien er reeds aften aanwezig zijn, wordt spoelen met water vaak beter verdragen dan commerciële  mondspoelmiddelen, die te prikkelend kunnen zijn.

Je kan als huisarts een belangrijke rol spelen in het optimaliseren van pijnstilling wanneer er sprake is van letsels in en rond de mond. Soms is het aanbevolen om een stomatitis cocktail voor te schrijven. Bij ernstige mucositis zijn opioïden vaak aangewezen. Het is tevens belangrijk om infectieuze letsels zoals candida of herpes tijdig op te sporen. Koorts in combinatie met mucositis vraagt steeds overleg met de behandelende oncoloog.

Polyneuropathie

Polyneuropathie presenteert zich met tintelingen, gevoelsverlies of koude‑intolerantie, vooral bij behandelingen met oxaliplatine. 

Voor huisartsen is het waardevol om deze klachten systematisch te bevragen en te rapporteren. Dit helpt de oncoloog om tijdig de dosis aan te passen. Daarnaast kan je als huisarts valrisico inschatten, neuropathische pijn behandelen en advies geven rond veiligheid in huis.

Je kan als huisarts een monofilament test doen om een inschatting te maken van de ernst van de chemo-geïnduceerde perifere neuropathie (CIPN). 

Tabel

Klasse

Voorbeelden

Gemiddelde kans op CIPN (%) 

Klinische presentatie  

Platinumderivaten 
 

Oxaliplatine, Cisplatine

30-70%

Distale paresthesieën, gevoelloosheid, fijne motoriek ↓; koude-geïnduceerde klachten typisch voor oxaliplatine 

Taxanen 

Paclitaxel, Docetaxel 

40-60%

Symmetrische sensorische neuropathie (voeten > handen), branderige pijn, balansstoornissen 

Vinca‑ 
alkaloïden 

Vincristine, Vinblastine 

30-50%

Sensorisch + motorisch: voethefferszwakte, fijne motoriek ↓; autonome klachten (obstipatie, orthostase) 

Proteasoomremmers 

Bortezomib 

30-40%

Pijnlijke brandende neuropathie; vaak dosisbeperkend; SC-toediening minder neurotoxisch 

Immunomodulatoren

Thalidomide 20-25% Langzaam progressieve, vaak irreversibele sensorische neuropathie bij langdurig gebruik.

Of je kan de ernst van de klachten inschatten met onderstaande bevraging:

Bevraging (poly)neuropathie volgens CTC-scores (common toxicity criteria): 

Graad 1

Verandering in gevoel in vingers, handen, onderarmen/tenen, voeten, onderbenen 

  • Doof, tintelend gevoel bij aanraken 
  • Verandering in gevoel bij warmte-koude 

Graad 1 met bijkomende pijn 

  • Pijn kan brandend, schietend, stekend of in de vorm van krampen zijn 
  • Continu of met tussenpozen 

Graad 2

  • Klachten van graad 1, maar met Invloed op functioneren: patiënt heeft bijvoorbeeld last om knoopjes dicht te doen, smartphone te bedienen,… maar zonder invloed op ADL 
  • Bij autonome neuropathie: verandering in:  
    • Incontinentieproblemen, frequent plassen 
    • Impotentie, vaginale droogte, libidovermindering 
    • Obstipatie 
    • Duizeligheid bij opstaan 
    • Hartkloppingen 
    • Zweten 

Graad 3

Klachten hebben invloed op ADL door motorische problemen of pijn (bv. zelfstandigheid is veranderd, hulpmiddelen zijn nodig).

Graad 4

Patiënt is afhankelijk van anderen voor ADL (bv. lopen is niet meer mogelijk). 

Vermoeidheid

Vermoeidheid wordt vaak als “onvermijdelijk” beschouwd, maar beïnvloedt de levenskwaliteit sterk. Je kan als huisarts helpen door het slaappatroon, voeding en onderliggende oorzaken te evalueren. Beweging binnen de draagkracht van de patiënt blijft één van de meest effectieve interventies om vermoeidheid tegen te gaan. Voor meer informatie: zie ‘Bewegen Op Verwijzing’.

Koorts

Koorts bij een oncologische patiënt is altijd een reden tot verhoogde waakzaamheid. Vaak beschouwen de patiënten koorts nog te vaak als een “gewone infectie”, terwijl het in de oncologie een teken kan zijn van neutropenie, ernstige infectie of immuun-gerelateerde toxiciteit.

Voor huisartsen is het belangrijk om te weten dat koorts vaak het eerste en soms enige signaal is van een potentieel levensbedreigende situatie. Patiënten voelen zich niet altijd ernstig ziek, maar kunnen wel een sterk verlaagde weerstand hebben.

Samenwerking met thuisverpleging

Onze thuisverpleegkundigen zien patiënten op regelmatige basis en soms zelfs dagelijks. Door als huisarts mee na te denken over de alarmsymptomen, medicatie-aanpassingen te voorzien en overleg met de oncoloog te plegen kunnen we samen de kwaliteit van zorg voor de oncologische patiënt verbeteren. Duidelijke meldcriteria afspreken met de verpleegkundige, zoals diarree >48 uur, braken >24 uur, koorts, neurologische klachten of gewichtsverlies, zorgen voor een optimale samenwerking.

Terug naar overzicht