Mogelijke blaasproblemen Mogelijke blaasproblemen

Mogelijke problemen bij een oudere blaas

Veerle Decalf, Marie-Astrid Denys, Ronny Pieters, Karel Everaert
Dienst urologie, Universitair Ziekenhuis Gent
30 mei 2016
6 december 2023
Blaas, maag en darmen

De blaas en haar sluitmechanisme staan in voor het opslaan van urine en het plassen. De blaas is dus een uiterst belangrijk orgaan. Maar wat als je blaas ook een dagje ouder wordt?

Blaas en nieren

Werking blaas

De urine wordt aangemaakt door de nieren en langs de urineleiders naar de blaas getransporteerd. Het sluitmechanisme bestaat uit de blaashals, de uitwendige sluitspier en de bekkenbodemspieren en zorgt ervoor dat de blaas lekvrij blijft tussen het plassen door. De blaas en het sluitmechanisme zijn verbonden met de hersenen door zenuwen die in het ruggenmerg lopen. De zenuwen staan in voor de informatieoverdracht. Zowel in het ruggenmerg als in de hersenen ligt een zone die instaat voor het regelen van de urine-opslag en het plassen.

Gedurende 24 uur ledigt en vult de blaas zich verschillende keren. Tijdens het vullen blijft de blaasspier nagenoeg ontspannen en het sluitmechanisme gesloten. Wanneer je wil plassen, zal het sluitmechanisme zich openen en trekt de blaas zich lang en krachtig genoeg samen om volledig leeg te plassen. Volwassenen gaan overdag om de drie tot vijf uur plassen en hoeven daarvoor ‘s nachts niet op te staan. Een ‘gemiddelde’ plas meet tussen de 350 en 500 ml.

Problemen bij een oudere blaas

Bij het ouder worden treden verschillende veranderingen op in de blaas en haar sluitmechanisme. Die kunnen o.a. leiden tot volgende problemen:

1. Vaker en langer plassen

Een oudere blaas heeft het moeilijker om grote volumes op te bouwen en zal zich dus vaker moeten ledigen. Ze zal minder krachtig samentrekken, waardoor het plassen langer duurt. Daardoor kan er ook urine achterblijven in de blaas.

2. Onverwacht of te laat signaal

De blaas kan onverwacht het gevoel van plasdrang geven zonder dat de blaas voldoende gevuld is. Of ze zal later het signaal geven om te gaan plassen, waardoor je misschien niet altijd tijdig het toilet bereikt.

3. Urineverlies

Bij vrouwen kan het sluitmechanisme verzwakken, waardoor het moeilijker wordt om urine op te houden. Daarnaast kunnen ter hoogte van de zenuwen veranderingen optreden, waardoor urine ophouden of plassen bemoeilijkt wordt.

4. Verminderde plasstraal

Mannen kunnen door een goedaardige vergroting van de prostaat een verminderde plasstraal krijgen.

5. ‘s Nachts opstaan

Verouderen betekent ook vaak dat de nieren ’s nachts meer urine gaan aanmaken. Het gevolg daarvan kan zijn dat je ’s nachts moet opstaan om te plassen.

Symbool toilet

Niet alleen de blaas veroudert, ook de persoon

Naast een verandering in de blaas zelf, zijn er ook andere fysieke factoren die van een toiletbezoek een hele opgave maken. Enkele voorbeelden:

  • Naarmate mensen ouder worden, zijn ze meestal minder beweeglijk. Hierdoor hebben ouderen vaak meer tijd nodig om op het toilet te geraken.

  • Als de kracht in de benen vermindert, kan het rechtstaan na een toiletbezoek moeizamer gaan.

  • Minder goed zien of met de handen kunnen werken, kan het moeilijker maken om de knoop van een broek los te maken.

  • Bijkomende klachten als draaierigheid of pijn kunnen van een toiletbezoek een gevaarlijke of onaangename onderneming maken.

  • Sommige ziektes of medicijnen kunnen ook invloed hebben op de blaas. Enkele voorbeelden van deze ziektes zijn diabetes, hersenbloeding of -infarct, ziekte van Parkinson, dementie en depressie.

Plasklachten en ongewild urineverlies komen dus vaker voor bij oudere personen dan bij jongere. Het goede nieuws is dat deze klachten vaak kunnen behandeld worden, zodat ze verdwijnen of toch sterk verbeteren.