Afbeelding darmproblemen onder de loep Afbeelding darmproblemen onder de loep

Wat kan je doen bij darmproblemen?

Kristien Scheepmans & Marie Landsheere
Redacteurs Gezond Thuis
30 januari 2024
1 februari 2024
Blaas, maag en darmen
Preventie
Voeding

Wat er in het kleinste kamertje gebeurt, hang je meestal niet aan de grote klok. Toch kunnen darmproblemen zoals constipatie, ook gekend als obstipatie, een grote impact hebben op je leven. Maagdarmspecialist dr. Natalie Stoens wil de problematiek uit de taboesfeer halen. 

Wat is constipatie?  

Dr. Stoens: “We spreken over constipatie of obstipatie, beide synoniemen, bij een aantal voorwaarden: als je minder dan twee keer per week stoelgang hebt, als je harde stoelgang hebt, het er moeilijk uit krijgt of een opgeblazen gevoel hebt. Maar in de praktijk is dat voor iedereen anders. Het is dus vooral belangrijk om te bevragen hoe vaak iemand naar het toilet gaat. Er zijn twee vormen: slow transit en low-outlet constipatie. Het eerste komt voor wanneer je darm ‘luier’ is dan normaal. In dat geval ga je slechts één tot twee keer per week. Bij de tweede vorm gaan mensen net heel vaak maar krijgen ze de stoelgang er niet uit. Het onderscheid ligt dus in de frequentie en de moeilijkheid om effectief te gaan.” 

Foto Dr. Stoens
Wie is ...

Dr. Natalie Stoens

  • Gastro-enteroloog of maagdarmspecialist 
  • Heeft een privépraktijk in Gavere  
  • Werkt daarnaast in het AZ Maria Middelares in Gent. 

Wat zijn mogelijke oorzaken?  

“Hoe ouder mensen worden, hoe vaker we het probleem zien. Bepaalde oorzaken komen bij hen namelijk meer voor, zoals sommige behandelingen, medicatie, andere ziektes … Maar ook bij jonge kinderen duikt het op, bijvoorbeeld als onderdeel van prikkelbare darmen.” 

“Er is enerzijds functionele obstipatie. Dan werkt de darm minder goed dan bij iemand anders. Je bent daarmee geboren en hebt het dus vermoedelijk genetisch meegekregen. Anderzijds heb je mensen met bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson, aambeien, schildklier of bekkenbodemproblemen. Of die bepaalde medicijnen nemen zoals kalmeermiddelen of antidepressiva. Dat is secundaire obstipatie.” 

“Soms hebben mensen dezelfde klachten maar zitten ze eigenlijk met een obstructie. Er zit dan letterlijk iets ‘in de weg’. Dat kan organisch zijn, bijvoorbeeld een tumor. Maar ook mechanisch, bijvoorbeeld door littekenweefsel waardoor de darm afgeklemd wordt.” 

Darmproblemen zitten nog altijd in de taboesfeer. Nochtans is de darm voor velen levensbepalend.

Wanneer moet je hulp zoeken?  

“Wees alert bij verandering in je stoelgangpatroon, buikpijn, bloedverlies, vermageren, uitgeput zijn … Dat zijn voor ons symptomen om te onderzoeken. Ik vraag altijd eerst of de klachten nieuw zijn. Een verandering van het stoelgangpatroon is namelijk altijd een alarmsignaal. Tegelijk hebben veel patiënten al heel hun leven moeilijke darmen. Bij die patiënten moeten we extra alert zijn, want bij hen trekken we soms minder rap aan de alarmbel. Daarom is de tweejaarlijkse darmkankerscreening via stoelgangonderzoek ook zo belangrijk. Als meer mensen zich testen, detecteer je ook sneller de problemen. Darmproblemen zitten nog altijd een beetje in een taboesfeer. Nochtans is de darm voor velen levensbepalend.” 

Afbeelding darmproblemen

Hoe onderzoek en behandel je darmproblemen?  

“Via stoelgangonderzoek zoeken we naar bloed en via een algemene bloedafname controleren we op bloedarmoede of andere tekorten. De leeftijd van de patiënt speelt zeker een rol. Bij iedereen boven de vijftig jaar met plotse obstipatieklachten doen we een darmonderzoek om onderliggende oorzaken uit te sluiten.”  

“Wanneer de darm minder werkt, stellen we eerst voor om voldoende vezels te eten, genoeg te drinken en te bewegen. Als dat niet helpt, schakelen we over naar laxeermiddelen. Sommige werken op de motoriek van de darm, andere maken de stoelgang wat zachter en dus vlotter. Voor velen zijn laxeermiddelen al voldoende. Het is wel belangrijk dat je voor jezelf een dagstructuur vindt om regelmatig naar het toilet te gaan en de laxeermiddelen te blijven nemen. Dat ze verslavend zijn of je darm lui maken, klopt trouwens niet. Ze blijven wel een hulpmiddel en mogen het onderliggend probleem niet maskeren. Bij low-outlet constipatie is het bijvoorbeeld nodig om de bekkenbodemspieren te oefenen, wat niet altijd evident is bij oudere mensen.”

Wees alert bij verandering in je stoelgangpatroon, buikpijn, bloedverlies, vermageren, uitgeput zijn …

Kan je constipatie altijd genezen?  

“Functionele darmproblemen zijn moeilijker te behandelen. Soms kan je alleen maar zeggen dat je ‘ermee moet leren leven’. Zoek naar oplossingen die jou helpen. Wat voor de ene patiënt werkt, is daarom niet goed voor de ander. Bij klachten met een duidelijke organische oorzaak, zoals een tumor of littekenweefselvorming, kunnen we veel gerichter helpen.”  

“Constipatie is niet levensbedreigend, maar heeft wel een enorme impact op je leven. Wie een goede darm heeft, staat daar niet bij stil. De meeste patiënten zijn wel geholpen wanneer we de oorzaak vinden en daarop kunnen werken. We zoeken dan samen naar een goede balans op maat. Wees je daarnaast ook bewust dat je darmen bewegen. Leer ze begrijpen. Het zijn gladde spieren waar we geen controle over hebben, maar we kunnen wel middelen zoeken om het leefbaar te maken.” 

Dit kan je zelf doen:

  •  Eet voldoende vezels en drink ook voldoende. Vezels vormen de stoelgang. En hoe meer stoelgang je hebt, hoe meer eruit moet. Drinken maakt de stoelgang zachter.  
  • Beweeg om je transit vlot te laten lopen.  
  • Zorg voor een correcte toilethouding: benen plat op de grond in een hoek van 90 graden. Geraak je niet aan de grond met je voeten? Gebruik dan een voetsteuntje. Je kan een toiletverkleiner (pelvic floor support plate) gebruiken om je bekken goed omhoog te houden. Vraag hierover raad aan een specialist. 

Doe de stoelgangtest!  

Het Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker spoort alle mannen en vrouwen tussen de 50 en 75 jaar aan om elke twee jaar een stoelgangtest te doen. Een labo onderzoekt of je stoelgangstaal bloedsporen bevat. Te veel bloed kan wijzen op dikkedarmkanker of poliepen. Vroege opsporing kan verwikkelingen of een (zwaardere) behandeling vermijden en maakt de kans op volledige genezing groter.